Weg van de wereld (deel 2)

Nu kan ik dus echt voelen wat het is om te leven als boer in dit deel van de wereld. Ik vind het een onbetaalbare ervaring.

image
Mijn mentors! Ze zijn blij hoor, maar een foto is een plechtig gebeuren.

We zorgen voor vier koeien, drie varkens en een heel stel kippen. Er worden allerlei soorten bonen en wortels geoogst, maar vooral veel maïs, pinda’s – die groeien dus onder de grond! – en natuurlijk kokosnoten. Nee, boer zijn op Nusa Penida is niet saai. Maar wel veel werk! Overdag zijn de ouders van Made ononderbroken op de velden en voor na zonsondergang is er altijd nog wel een klusje dat thuis gedaan kan worden: kokosolie persen of droge maïs fijnstampen of zo. Toch werken ze niet aan een erg snel tempo. Dat gaat ook niet in deze temperaturen. Ze zijn gewoon de hele dag bezig, en dat om amper iets te verdienen.

Voor een verse kokosnoot kunnen ze op de markt 20 eurocent krijgen. Je kan denken dat dit nog meevalt, tot je ziet hoe moeilijk het is om ze te plukken en voelt hoe zwaar zo’n noot weegt als je ze de berg opdraagt. Ik spreek vaak me Made over het “businessplan” achter hun boerenstiel en daar is verdomd goed over nagedacht. Ik kan niets verzinnen om het beter te maken; er zit gewoon niet meer in. Machines zouden hier bijvoorbeeld nutteloos zijn in dit bergachtige terrein vol grillige rotsen. Het moet gewoon allemaal met de hand.

image

Na amper een kwartier maïskorrels afbreken heb ik al blaren op m’n duimen. Het is gewoon zielig. Met een paar pleisters is het vlug opgelost maar het valt elke dag op hoe zwak mijn lichaam is en hoe sterk het lijf van Made’s vader. Met vijfenzestig jaar op de teller kruipt hij nog steeds gezwind de hoogste kokospalmen op. Als ik hout sta te hakken in een bosje vol verraderlijk kreupelhout, is hij bang dat ik mijn mooie schoenen ga beschadigen. Zou ik niet beter gewoon slippers aan doen tussen al die doornen? – Meneer, kijk dan toch! Ik heb prinsessenvoetjes!

image
65 jaar en nog vlot de bomen in!

Ik vind werk genoeg waar geen al te gevaarlijke handelingen bij komen kijken. Het lijkt erop dat ik uitblink in traditionele vrouwentaken maar ach, ik ben tenminste productief. Van Made’s moeder krijg ik altijd een brede glimlach en regelmatig een dikke duim. De vader hakt elke dag rond elf uur het topje van een kokosnoot en hij geeft er een paar vers geroosterde cassave-wortels bij. Zo kan ik het hier wel gewoon worden!

Maar het leven in Cemlagi is dus radicaal anders en bij een ander leven horen andere opvattingen. Het idee dat een dochter kan erven, vinden ze hier van de pot gerukt. Een python die aan de kippen zit, wordt zakelijk doodgeknuppeld. Godsdienst is hier enorm belangrijk: zeventig arme gezinnen onderhouden elk een huistempel en daarnaast nog eens vier dorpstempels! Die worden gebruikt voor allerhande raadselachtige ceremonies en als de goden een bloedoffer vragen, dan hoort er een hanengevecht bij. Hoe bloederiger, hoe beter. En wil je een goede vechthaan, dan moet je vlak voor zijn laatste groeischeut zijn kam afsnijden met een aangescherpt stukje bamboe. Grellige procedure hoor!

image
Fenny in haar openlucht keuken

Ik vraag Made de pieren uit de neus en ik vertel hoe het in België allemaal anders is. Maar ik voel niet de drang om veel te discussiëren; het is niet aan mij om de mensen aan het andere eind van de wereld te vertellen hoe ze moeten leven en wat ze moeten denken. Ze doen dat hier prima.

Ondanks alle verschillen valt het op hoe veel we gemeen hebben. De ouders die zich met plezier krom werken en het brood uit hun mond zouden sparen als dat kan maken dat hun kinderen het later beter hebben. En dan de trots die ze voelen als het lukt! Ik herken dat allemaal. Maar er zijn ook van die hele banale dingetjes die zorgen voor een klik tussen mensen. Zo is Made net als ik grote liefhebber van de hits van Bon Jovi en Guns ’n Roses. Voor mij is dat ideale roadtrip-muziek. Made zit nooit in een auto maar hij begrijpt perfect wat ik bedoel.

image
Zeldzaam moment: de hele familie voor de televisie

Naar onze normen zijn Made en Fenny natuurlijk arme mensen. Fenny verdient als kleuterjuf minder dan wat wij thuis betalen voor internet. Dat is het basispakket van Telenet, televisie niet inbegrepen! Ik word even misselijk wanneer dat terloops ter sprake komt. Ik kijk naar mijn hemd, mijn horloge en mijn zonnebril en ik besef plots dat ik een paar jaarlonen aan mijn lijf heb hangen! Maar ik kom uit een andere wereld. In hun eigen wereld zijn Made en Fenny niet arm. Ze leven zoals alle andere boeren in het dorp. Meer zelfs: dankzij hun job in het onderwijs en Fenny’s strandwinkeltje kunnen ze elke maand een beetje opzij zetten op een spaarrekening voor Bargus, zodat hij later naar de universiteit kan als hij dat wil. Als eerste in de familie!

Made heeft ook wilde plannen om kleine bungalows te bouwen tussen zijn vrijwel waardeloze kokospalmen bij Atuh Beach. Hij droomt van honeymoon hutjes en een lounge bar. Als nu gewoon de overheid nog iets aan die wegen doet, dan zal de bank wel mee willen. Ik heb er geen goed oog in. Waarom gebruikt hij niet wat hij heeft? Met een kleine investering hier op zijn erf kan hij volgend jaar al toeristen ontvangen in een echte homestay, tussen de lokale bevolking en vlakbij een tropisch strand. Ik leg hem uit dat daar wel degelijk een markt voor is, dat Fenny geld zou kunnen verdienen met kleine kookcursussen voor haar gasten en dat sommige mensen gewoon willen zien hoe je kokosmelk maakt en pinda’s oogst. Het is grappig om Made’s gezicht te zien opfleuren. Hij heeft het begrepen en ziet het helemaal voor zich.

image

Vanaf dan ben ik boerenhulpje in de voormiddag en toerismeconsulent in de namiddag. Er komen hoogoplopende discussies van (ik vind de prijzen voor hun drankjes op het strand belachelijk laag; mijn hart bloedt bij elke verkoop) en hilarische gesprekken (als ik moet uitleggen hoe dat dan werkt, dat fameuze toiletpapier). En zo vliegt de tijd voorbij.

Ik ga ze nog missen, Made en zijn familie. Het is moeilijk om uit te leggen maar die acht dagen op Nusa Penida hebben me iets gegeven. Ik kan het niet eens benoemen en toch hoop ik dat ik het nooit meer kwijt raak.

W

Advertenties
Weg van de wereld (deel 2)

2 gedachtes over “Weg van de wereld (deel 2)

  1. Edwin zegt:

    Mooi (heel mooi!) te lezen hoe Werner-aan-het-andere-eind-van-de-wereld-in-een-totaal-vreemde-cultuur ook simpelweg de Werner is die ik ken: warm, respect vr Jan en alleman, én een scherp oog vr bedrijfskundige efficiënte. Zoals je zelf zou zeggen: het siert u, man! Echt superfijn om te lezen…

    Like

  2. kevin zegt:

    Gelijk over welke rijkdom we ook mogen beschikken, De rijkdom van ervaring en respect voor andere is de grootste. En eens je deze rijkdom ontdekt hebt, naast liefde, is al de rest niet meer belangrijk. En ik ben ervan overtuigd dat er inderdaad geen woorden zijn voor wat je daar mee gekregen hebt, maar ik ben ervan overtuigd dat je het altijd zult mee dragen. Omwille van het feit, dat het u geraakt heeft. En geef het door aan alles wat u lief is. Tot snel.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s