Laatste uitspatting

In Hobart bereid ik me een laatste keer voor op een kleine expeditie in de Tasmaanse wildernis. Ik heb er zin in, maar ik ben ook een beetje nerveus. Het is namelijk winter in Tasmanië. In het slechtste geval kom ik negen dagen lang geen levende ziel tegen en moet ik het in m’n eentje opnemen tegen kou, wind, regen en sneeuw.

image

Ik maak mezelf wijs dat het allemaal wel zal meevallen maar diep in mij zit intussen ook een volwassen kerel en die zegt: “hang nu niet de Rambo uit en huur tenminste zo’n PLB!” Een Personal Locator Beacon is een klein doosje met een straffe antenne. Ik mag het enkel activeren “in onmiddellijk levensbedreigende situaties”, bijvoorbeeld als ik met een openbeenbreuk in een greppel lig te onderkoelen. Dat is toch een geruststelling.

image
Winderige hoogvlakte voorbij Marion's Lookout
image
Zelfs modder kan mooi zijn!

In mijn rugzak zit dus eten en brandstof voor negen dagen, een warme slaapzak en één set droge kleren, alles extra ingepakt in plastic vuilniszakken. Vooral dat eten weegt serieus door. Niettemin denkt Eva dat ik veel te weinig mee heb. Ze zal gelijk krijgen. Ik heb inderdaad meer energie nodig dan ik dacht, alleen nog maar om warm te blijven. Dus op het einde van dag drie hou ik een oefening in rantsoeneren en verdeel ik alles over zes gelijke stapeltjes. Tegen dan is het al lang duidelijk dat ik met een crashdieet bezig ben. Ik kan het iedereen aanraden: nooit gedacht dat instant noodles en poedersoepjes zo lekker konden zijn!

image
Vijfgangen diner
image
Du Cane Hut

Dus af en toe heb ik een beetje honger. Ik laat het niet aan m’n hart komen want deze ervaring is magisch. ’s Ochtends vertrek ik van zodra het licht is en dan kom ik van heel de dag niemand tegen. De dagen zijn kort en de zon komt amper boven de horizon. Ik moet dus opschieten maar dat gaat vanzelf want mijn voeten zijn altijd nat, dus stilstaan is gelijk aan kou lijden. Ik neem zelfs geen tijd voor een lunchpauze: gewoon twee mueslibars uit het vuistje en blijven gaan.

image
Eucalyptusbos met een streepje zon
image
Tasmanië, dat zijn pinguïns in de zomer en papegaaien in de winter. Geen vragen bij stellen.

De rangers hebben verspreid over het nationaal park een tiental landingspads voor helikopters gebouwd en daartussen paden gemarkeerd. Bij elke landingsplaats hoort een vrij behoorlijke schuilhut met een gas- of kolenkachel. Allemaal bijzonder goed geregeld! Doorgaans komen er in de loop van de namiddag nog één of twee mannen binnengevallen. Het is steeds weer uitkijken naar het gezelschap: steevast rasechte “bushwalkers” met speciale humor en grappige verhaaltjes.

image
Helipad bij Kia Ora
image
De sinistere Acropolys
image
Zicht vanaf Acropolys

Ik weet nu dat er verschillende types van “gear nerds” bestaan. De grappigste is ongetwijfeld de “ultralighter”, die het handvat van zijn tandenborstel zaagt om gewicht te besparen. Maar ik leer ook dat er outdoor-merken zijn die garanderen dat hun expeditietent 400 nachten meegaat en dat er mannen zijn die dat testen. Kerels als de geweldige Marcus vertegenwoordigen het andere uiterste: voor elke avond heeft hij een wortel, een ajuin en een teentje knoflook (“fresh veggies”) en hij zweert bij zijn regenjas van twintig dollar. Al moet ik natuurlijk niet doen alsof ikzelf dan de normale ben.

image
Kia Ora Hut, met een grijnzende Marcus achter zijn fluo regenjas.

Trouwens, Marcus heeft gelijk met zijn goedkope regenjas. Na vier dagen ben ik vast van plan om Goretex een proces aan te doen. Nog drie dagen later heb ik er vrede mee dat waterdichte kledij gewoon niet bestaat. Ik sop vrolijk verder door het regenwoud, dat zijn naam alle eer aan doet.

image

image
Hier heeft een boom nog de functie om gewoon om te vallen
image
De Labyrinth-hoogvlakte

image

image
Rots close-up

Na negen dagen in de bush zit mijn laatste exploot er weeral op. Koud en nat tot op het been, blij dat ik er vanaf ben maar ook even blij dat ik het gedaan heb. Kijk maar naar de foto’s (simpel cameraatje, geen fotoshop, geen effecten). Ze geven een klein beetje een idee van hoe het voelt om omringd te zijn door niets anders dan rauwe onbarmhartige natuur. Onvergetelijke ervaring!

W

Laatste uitspatting

Herenigd

“Leven jullie eigenlijk nog?” – Jawel hoor, maar het is inderdaad een tijdje stil geweest op de blog. In de komende dagen halen we dat weer in.

Het was bijzonder om mijn Eva na vier maanden van soloreizen weer in de armen te kunnen sluiten. We hadden afgesproken op de luchthaven van Sydney en van daaruit zijn we vertrokken voor een roadtrip langs de Oostkust van Australië. Het had allemaal een hoog honeymoon-gehalte. Kortom, heel plezant maar niet interessant om over te bloggen 😉

image

Tot heel snel!

W

Herenigd

Waar blijft de klik?

Reizen kan me soms echt een kick geven. Het gebeurt wanneer ik merk dat ik helemaal op mijn gemak ben in een land dat niet zo lang geleden nog volstrekt vreemd was. Een paar voorbeelden:

– Een Siberische trein opstappen en nog voor hij het station uitbolt de norse conductrice al gecharmeerd hebben, en mijn bedje al perfect gedekt volgens de regels van de kunst.
– Een Balinees hurktoilet trotseren zonder toiletpapier of handdouche of niks; gewoon mezelf proper maken met een potje regenwater en de linker hand, alsof ik er geboren ben.
– Een geanimeerde discussie kunnen voeren met een bende Indiërs over wie de beste Bollywood-acteur van het moment is, en dat hij zich toch een beetje belachelijk maakt met zijn yoghurtreclame.

Na alle belevenissen van de voorbije maanden begon ik te geloven dat ik op die manier werkelijk élke plek zou kunnen “veroveren”. Helaas. Intussen weet ik dat het me in Korea niet zal lukken. Ik krijg gewoon geen klik met dit land.

image
De enorme dagelijkse vismarkt van Busan. Mijn persoonlijke hoogtepunt!

image

Het is niet dat ik niet probeer hoor. Misschien zit het me gewoon niet mee. In Seoul deel ik een slaapzaal met Amerikanen en Canadezen. Wanneer we samen uitgaan komen we als vanzelf in de enige Amerikaanse bar van de stad terecht, volgepakt met Amerikanen die compleet uit de bol gaan op Amerikaanse muziek. Ik dan maar in m’n eentje op zoek naar een hippe club voor en door Koreanen. Niet moeilijk om dat te vinden in Seoul maar aan de deur moet ik mijn paspoort tonen en lap: ik mag niet eens binnen. De portier duwt me een exemplaar van het huisreglement onder de neus. Regel 4: geen toegang voor wie geboren is voor 1984… Het gebeurt niet vaak maar nu voel ik me echt oud. 

Volgende poging dan maar: ik heb gehoord dat Koreanen helemaal zot zouden zijn van shoppingmall-achtige welnesscentra. Zelf heb ik het niet zo voor sauna’s en stoombaden maar als dat nu echt een inkijk geeft in de Koreaanse volksaard … waarom niet? En waarom dan niet meteen het grootste en het beste van alle welness-pretparken, het beroemde Spaland in Busan?! Ik zou er vanalles over willen vertellen maar aan de deur zie ik al het paneel met de huisregels: “tattoos en besmettelijke huidziekten niet toegelaten”… Ik voel mij precies niet zo welkom in dit land!

image
The following persons are not allowed...

Het eten dan maar? De eerste dagen probeer ik vooral de goedkope straatkeuken uit. Sommige hapjes zijn lekker maar het is allemaal zo vettig dat een Big Mac op een gezond tussendoortje begint te lijken. Maar aan het eten in de restaurants kan ik echt niet wennen. De traditionele rijstmaaltijd bibimpap kan lekker zijn (in de warme versie!) maar je krijgt er standaard een hele resem aan afschuwelijke bijgerechten bij. Ik krijg rillingen over mijn ruggengraat van de zure Kimchi (gefermenteerde opgelegde kool). Het zeewier en de rauwe octopusarmen hebben niet veel smaak maar het is hard werken, alsof je een condoom moet herkauwen. En dan al die look… Wat moet ik in hemelsnaam aanvangen met 22 rauwe lookteentjes?!

Na tien dagen Korea heb ik de plaatselijke keuken opgegeven; het voelt als een nederlaag maar mijn nieuwe beste vriend heet McDonald’s. Misschien ben ik al te lang op reis?

image
Aan mooie plekjes nochtans geen gebrek. Hier een dorpje nabij Busan.
image
Korea's grootste troef, de meisjes!

En dan leer ik Lucas en Tina kennen, een Vlaams expatkoppel in de scheepsbouw van Busan. Heel erg fijne mensen! Die avond eet ik voor het eerst een absoluut heerlijke Koreaanse BBQ. Het restaurant ziet er volstrekt groezelig uit maar de mensen zijn vriendelijk en Lucas weet wat hij moet vragen. Met de vlakke hand kletst hij zichzelf op z’n nek: varkensnek, dat moet het zijn! En die lappen Kimchi zijn veel te groot, dus mogen wij misschien een schaar alstublieft? Lucas en Tina leren me de complexe etiquette van inschenken en toasten en drinken in de juiste volgorde terwijl de chef reepjes varkensnek bakt onder onze neus. En het vlees is heerlijk, zeker met een beetje van die saus en een klein stukje kimchi en een teentje rauwe look, allemaal in een slablad gevouwen en in één keer het mondje in. Jazeker, dit is een feestmaal.

image
Topavond!

En zo beleef ik nog twee heel gezellige laatste avonden in Korea met Lucas en Tina. We spreken over het leven als expat en de scheepsbouw en de kicks van het reizen in rare landen en natuurlijk ook over Korea. En dan geef ik een beetje beschaamd toe dat ik geen klik heb met dit land, dat ik veel meer passie voel voor India of Mongolië of zelfs Rusland. Tina is niet verbaasd en zegt: “Ja, maar ik zou hier toch ook nooit kinderen willen opvoeden. Als die dan hier naar school moeten en zo… Brrrr, die gaan met allerlei foute ideeën thuiskomen over harde competitie en een overdreven schoonheidsideaal. Nee bedankt!”

Ik kan Tina helemaal volgen. Korea is een fascinerend land, maar misschien wat te koud om er je hart te verliezen.

W

Waar blijft de klik?

De Koreaanse Golf

Even terug naar begin september 2015. Tegen een traditionele nomadentent in het midden van de Mongoolse steppe staat een klein zonnepaneeltje en een tv-antenne. Binnen zit een herderinnetje naar een Koreaanse soap te kijken. Wij begrijpen er niks van. Er zijn toch ook geen patattenboeren in de Oekraïne die de belevenissen van Frank en Simonneke in Thuis volgen?!

Het zal ons nog vaak opvallen: Koreaanse popmuziek (K-pop) op tv in Thailand; illegale Koreaanse dvd’s op Indische markten, een poster van een Koreaanse zanger in een Nepalees theehuis, een “Nr1 Korean Moviestar” die reclame maakt voor oploskoffie in Bali… Zuid Korea is een landje van niks naast reuzen als China, Indonesië, Japan en India. En toch slaagt het erin om de rest van Azië te overspoelen met zijn popcultuur, een fenomeen dat bekendstaat als “The Korean Wave”. Fascinerend toch?! Ik kan me geen betere bestemming voorstellen om mijn Aziatische avonturen af te sluiten.

En het begint al goed. Ik ben eigenlijk nog op zoek naar mijn hostel in Seoul wanneer ik al op een eerste groep straatdansers bots. Bij elke Kpop-hit horen blitse danspasjes en de jeugd hier maakt er haast een sport van om die te imiteren. Dat heet dan een “dance-cover”. Het is een ernstige zaak. Sommige dansgroepen gooien hun filmpjes op YouTube en verdienen daar veel geld mee (bvb https://youtu.be/kpZhZAr1cQU met 159 miljoen views voor hun populairste dansje en 1,8 miljoen abonnees voor het YouTube kanaal, niet verkeerd!). Deze kereltjes zijn niet zo geweldig, maar ik zit toch meteen in de sfeer en ik vind het heerlijk.

image

De volgende ochtend heb ik weer een gelukje. Ik denk dat ik gewoon een shopping mall binnen stap maar eigenlijk ben ik bij SM Entertainment, het grootste platenlabel in de Kpop-industrie (http://www.smtown.com). De roltrap voert me langs reuzeschermen met videoclips tot in een grote winkel vol merchandising. Het was te denken natuurlijk. Maar er zijn nog roltrappen en hoe hoger in de toren, hoe extremer de taferelen.

image
Op de roltrappen in SM Town

Via een indrukwekkende prijzenkast kom ik in een schoonheidssalon terecht: jonge fans kunnen hier naar de kapper gaan en een make-up-workshop volgen tot ze er uitzien als hun idool. Een beetje verder kan je professionele zang- en dansles volgen, je kan een outfit kiezen en het hoogtepunt van de namiddag is dan de opname van je eigen videoclip. Jawadde! Goedkoop is het allemaal niet, maar het is dan ook niet zomaar voor de lol; men noemt het een ideale “presentatievideo” voor in je portfolio. Zit ik hier misschien in een soort van fabriek voor kindterretjes?

image
Prijzen, prijzen en awards!

Nog een verdieping hoger wordt het helemaal eng. Ik val binnen op het verjaardagsfeestje van een Kpop-ster. Het idool zelf is niet aanwezig maar opgewonden meisjes zijn druk in de weer met schaar en papier om slingers te knippen uit foto’s van de jongen in kwestie. Ze eten ook van een grote taart met zijn foto in marsepein en als de emoties hen teveel worden, kunnen ze zichzelf frisse lucht toewapperen met fotowaaiers. Ik kan me voorstellen dat de bazen van Studio100 dit opwindend zouden vinden maar ik heb al snel genoeg gezien.

image
Helemaal boven in de toren is nog een bioscoop voor concertfilms van de SM-artiesten
image
En talrijke gelegenheden om op de foto te gaan met je (kartonnen) idolen...

Ik blijf wel geïntrigeerd, dus die avond lees ik alles wat ik kan vinden over SM Entertainment terwijl ik luister naar de Kpop hitparade. Het klinkt allemaal als Amerikaanse pop en r&b maar dan een beetje meer hyper en opgefokt. Er zit geen enkel liedje tussen dat aan me blijft plakken. De videoclips zijn duidelijk duur, goed gemaakt en strak gefilmd maar het doet me helemaal niks. Het lijkt allemaal zo fake als wat.

En het is ook fake. De Kpop blijkt inderdaad een echte industrie. Bedrijven als SM recruteren kinderen en maken er vervolgens “idolen” van in een behoorlijk extreem opleidingstraject. Ze volgen als gek zangles en dansles uiteraard, maar ze leren ook Engels, Chinees en / of Japans. Ze krijgen mediatraining als politici, zodat ze zich perfect kunnen gedragen in interviews en indien nodig betaalt de firma voor de plastische chirurgie. Het is een echte afvalrace die enkele jaren kan duren: met dertig worden ze klaargestoomd om te schitteren in de volgende Kpop-formatie maar uiteindelijk blijven enkel de 7 of 9 beste over, en de allerbeste mag in het midden staan. Het zou ongeveer drie miljoen dollar kosten om één idool “af te leveren” en die investering moet natuurlijk zo snel mogelijk worden terugverdiend. Daar zijn ze bij SM creatief in en hard. Er zijn verhalen genoeg bekend van jonge sterretjes die er helemaal onderdoor gaan en zelfs van een brug springen. Maar in de Kpop is iedereen inwisselbaar. Soms wordt een succesvolle band zelfs vlakaf gekloond, zodat ze één versie hebben voor de Chinese en één voor de Japanse markt.

Ik word er een beetje verdrietig van.

W

De Koreaanse Golf

Naar Mount Everest Base Camp

image
Mount Everest (8.848m), nog altijd de allerhoogste

Het Nepalese bergtoerisme is een uniek fenomeen en “very big business”. In het bloedhete toeristendistrict van Kathmandu slaan ze je om de oren met dikke slaapzakken, donsjasssen, mutsen, handschoenen en ijsbijlen. Alle grote outdoor-merken zijn ruim vertegenwoordigd maar 95% is waardeloze rommel. Zelfs het Decathlon-merk Quechua wordt op grote schaal nagemaakt. En elke winkelier kan gidsen en dragers regelen, of vliegtickets naar Lukla (2.840m), officieel het gevaarlijkste vliegveld ter wereld.

image

Ook ik heb last van zweethandjes tijdens die vlucht. Maar wat wil je: een heel klein vliegtuigje, veel turbulentie en tot slot een duik naar een absurd korte landingsbaan, middenin een bergflank. Nee, je doet het niet voor je plezier. En toch ben je pas gerust wanneer je goed en wel in die vliegende rammelkast zit, want wegens het wisselvallige weer wordt tot de helft van de vluchten geschrapt. Maar ik had dus weer eens geluk en in de Buddha Lodge tref ik een tiental tot de tanden gewapende Indiërs, allemaal even enthousiast voor het komende avontuur. Dit wordt leuk!

Van Lukla tot EBC (Everest Base Camp, 5.365m) en terug moeten alle verplaatsingen te voet gebeuren, eventueel met de hulp van yaks als lastdieren. Het pad staat bekend als de EBC Highway en eigenlijk is dat niet overdreven. Het is inderdaad druk en de goederenstroom is even divers als die op de Antwerpse Ring. Maar dus zonder vrachtwagens.

image

image
Een konvooi yaks op de EBC Highway

Het is niet te geloven wat één mannetje hier op zijn rug kan heffen. Ik loop achter een ventje van misschien 50 kg en ik tel 29 sixpacks bier op zijn rug. Het zijn blikken van een halve liter! Even later kruisen we een kerel die 4 multiplex-bouwplaten meesleurt. Blijkbaar is dat een perfecte basis om nog een klein salon op te sjorren. En dan zijn er natuurlijk de honderden dragers die zijn ingehuurd door de trekkers. Zij lopen elk met gemiddeld drie rugzakken alsof het niets is, terwijl hun klanten bij elke bergop vechten tegen een hartaanval.

Het Sherpa-draagtuig is erg eenvoudig en bestaat enkel uit een stel touwen en een brede band die om het voorhoofd gaat. Fascinerend! Het ziet er inderdaad niet comfortabel uit, maar anderzijds zou het geen honderden jaren meegaan als het zijn nut niet bewezen had, toch? De eerste keer dat ik het zelf probeer, ondervind ik hevig protest van mijn halswervels. Blijkbaar is het heel belangrijk dat de hoofdband precies lang genoeg is, zodat je met een perfect rechte rug en nek kan heffen, om vervolgens voorover te buigen. Op die manier is het inderdaad een verrassend goeie techniek voor grote lompe vrachten.

image
Zak cement, 60kg

image

En het is dus dankzij deze straffe transporteurs dat het ons in dit feitelijk ontoegankelijke gebied aan niets moet ontbreken. Het wemelt hier van de winkeltjes, restaurants en theehuizen. Er zijn zelfs een paar bars met heuse snookertafels. Maar…  hoe verder van Lukla, hoe gekker de prijzen. Het transport te voet wordt natuurlijk rechtstreeks doorgerekend. Ik oefen me dus in zelfbeheersing

Het toppunt van al het aangesleurde comfort is Namche Bazaar (3.440m), een typisch toeristenstadje en niks bijzonders, tot je bedenkt dat elke wc-pot, elke deur, elk stuk dakgoot en elke espresso-machine op iemands rug naar hier is gereisd. Wij blijven hier een extra dag om in alle comfort te wennen aan de hoogte en de ijle lucht. Het geeft onze twee Australische trekmaats ook de gelegenheid om bij te benen, want zij hadden minder geluk met de vlucht en zaten een dag vast op de luchthaven van Kathmandu.

image
Namche Bazaar
image
Met Sunita, Barat en Darsjan

Na Namche verlaten we de “snelweg” en buigen af richting Gokyo (4.790m). Het is niet zo dat we nu plots helemaal alleen zijn in het midden van nergens, maar de paden zijn smaller, er zijn geen tegenliggers en winkeltjes zijn zeldzaam. We klimmen steeds hoger, langs prachtige meren. Voor we heb goed en wel beseffen, wandelen we tussen de hoogste bergen ter wereld. We worden omringd door machtige pieken en het is adembenemend. Letterlijk adembenemend, want de ijle lucht op deze hoogte bevat veel minder zuurstof dan goed is voor ons. Bijgevolg moeten ons hart en onze longen veel harder werken.

image
Gokyo Lake II

Als ik een foto trek, heb ik de gewoonte om mijn adem even in te houden tijdens het scherpstellen. Ik wist dat zelfs niet van mezelf, tot ik bijna van m’n stokje ging bij het fotograferen van een onnozel vogeltje. Of je omdraaien in je bed; het is de normaalste zaak van de wereld, maar op 5.000 meter hoogte kan je er zomaar een nachtelijke hijgaanval van krijgen.

image
Op Gokyo Peak (5.357m) met beneden het dorpje Gokyo en daarachter de machtige gletsjer, bedekt met steenpuin.
image
Er is nog leven boven 5.000m!

Onze trekleider Gurdit heeft een “oximeter”, een klein toestelletje dat moet meten hoe goed ons bloed er in slaagt om zuurstof te transporteren. Elke avond moeten wij onze vinger daar insteken en elke avond krijg ik slechte punten voor de zuurstof en goeie punten voor de lage hartslag. Ik trek het me niet te veel aan; ik voel me prima.

image

image
Bij zulke ontmoetingen is het pad altijd een beetje te smal

Maar hoogteziekte is niet om mee te lachen. Wanneer we aankomen in Gorak Shep (5.140m), landt er net een helikopter om een lijk op te halen. Een Koreaanse groep moet verder zonder zijn trekleider. Hij was al ziek sinds Namche, maar wilde zijn klanten niet teleurstellen… tot hij letterlijk dood viel bovenop zijn lunch. Wij moeten ook iemand terugsturen. Mohan is eigenaar van een claxonfabriek – hoe Indisch kan je het verzinnen? 🙂 Maar hij kan niet wennen aan de hoogte, heeft constante hoofdpijn en moet dus gewoon weer naar beneden.

image

image
Rohit forceert het laatste stukje van de Cho La Pass (5.368m)

Zelf heb ik geen last van hoogteziekte maar ik beleef toch ook een bijna-dood-ervaring. Wanneer we afdalen in het dal van de Gokyo-gletsjer, komt er plots een kleine steenlawine naar beneden gedonderd. Nergens plaats om te schuilen. Ik kan enkel proberen om de grootste brok – een stenen vrachtwagenband – te ontwijken en hopen dat de kleinere stenen me niet raken. Ik heb geluk en onze gids Visjnoe is zichtbaar opgelucht; ik krijg warempel een Nepalese knuffel van hem!

image
Even een ijsvlakte oversteken
image
Detail van ijzige ondergronds. Mooi maar niet simpel.

En zo bereiken wij zonder ongelukken Everest Base Camp. Ik had me er niet te veel bij voorgesteld maar het is toch indrukwekkend. Niet alleen omdat het zo veel tenten zijn, maar vooral omdat het hele kamp gebouwd is op een gletsjer, een traag bewegende en langzaam smeltende rivier van ijs. De echte klimmers kamperen hier een volle maand tussen ijs en smeltwater, op 5.364m hoogte. Ze moeten gewend raken aan de ijle lucht om tot slot, in drie dagen doorbijten, de top te bereiken van Mount Everest (8.848m). Mij spreekt het niet aan om in een donzen ruimtepak met zuurstoftanks te sjouwen, maar het is wel tof om er eens zo dichtbij te zijn.

image

image
Stagiair trekleider Mahi links, zijn baas Gurdit rechts en in het midden Arun, topkerel met topcamera
image
Het lijkt alsof het kamp op de rotsen staat, maar dat is maar een hee dun laagje puin op een dik pak ijs vol spleten en half gesmolten poelen.

image

Ik vind het bijvoorbeeld veel leuker om eens vroeg op te staan en in één trek het klimmetje naar de top van de Kallapatar (5.550m) af te haspelen. Everest Base Camp ligt dan ergens diep beneden en recht voor ons zien we Everest zelf, groter en machtiger dan ooit. Wel frisjes hier. Maar dan ontdekken we een grote hoop oude gebedsvlaggetjes tussen de rotsen, als een knus adelaarsnest.

image
Prayer flag nesting!

We maken het ons gemakkelijk, terwijl rondom ons de rotsen langzaam opwarmen in de zon. Opeens klinkt een doffe “krak” en we zien hoe aan de overkant van het dal een enorm pak sneeuw afbreekt en naar beneden schuift in een gigantische witte wolk. Ze zou in staat zijn om het hele kamp te bedekken maar stopt gelukkig op tijd. Goed om je donzen klimkostuum vol doen, als je het ons vraagt. En het kan niet plezant zijn om dat te moeten uitwassen met smeltwater van die gletsjer.

image

image
Tijd om weer naar beneden te komen

Nee, wij moeten niet bovenop die allerhoogste pieken staan. Er tussen lopen geeft al kleine kicks genoeg!

W

Naar Mount Everest Base Camp

Het beste van Kathmandu

Kathmandu, hoofdstad van Nepal. Ik word gedropt op een stoffige zandvlakte na zes uur in een shared jeep, twee uur grensperikelen en 17 uur gedokker in een nachtbus. Helemaal gebroken. Nog een uur later ben ik in de wijk Thamel, een echt vluchtoord voor toeristen. Alles wat ik nodig heb om er weer bovenop te komen is binnen handbereik, van koffiebars en pizzeria’s tot wasserijen, supermarkten en kappers.

De volgende dagen kan ik het oude Kathmandu ontdekken. Het is de moeite, ook al lijkt de helft van de historische gebouwen platgelegd door de aardbeving van vorig jaar.

image

image

image

image

Ik doe het wel rustigaan met het citytrippen. Kathmandu is namelijk geen gezonde stad. De smog en het stof plegen een regelrechte aanslag op mijn luchtwegen: niet de ideale voorbereiding op een trektocht tussen de hoogste bergen ter wereld (maar daarover later meer)

W

Het beste van Kathmandu

Van Darjeeling naar Sikkim

Na de Sandakphu- trek besluit ik even uit te blazen in het legendarische hillstation Darjeeling. Slecht idee. Vandaag de dag is Darjeeling veel te vuil en veel te druk, gewoon de zoveelste Indische stad. Met dit verschil dat het allemaal tegen een bijzonder steile helling plakt. Ik hou het al snel voor bekeken. Tijd om andere oorden op te zoeken.

image
Wel leuk: Darjeeling zoo. Hier kan ik de rode panda's zien, die in de bergen te goed verstopt waren.
image
Typische druilerige dag in Darjeeling. Met veel shared jeeps.

De deelstaat Sikkim is een kleine uitstulping ligt in het noorden van India, grenzend aan Nepal, China en Bhutan. Het terrein is veel te bergachtig voor treinen en zelfs bussen. Het populairste vervoermiddel voor de lange afstand is hier de “shared jeep”. Er kunnen tien passagiers mee, exclusief chauffeur en kleine kinderen. Ik ben blij dat ik een ticketje voor de eerste rij kan versieren, want de rit naar Gangtok, hoofdstad van Sikkim, zou zo’n vijf uur duren en ik ben bang om misselijk te worden. Helaas, er passen twee passagiers naast de chauffeur en bijgevolg zit ik met de versnellingspook tussen mijn benen. En de chauffeur moet vaak schakelen…

Onderweg passeren we opvallend veel wegenwerken. Asfalteren is al niet om mee te lachen in België maar hier is het helemaal een hondenstiel. Er zijn mannen in de weer met voorhamers die een hele dag niks anders doen dan grote rotsblokken kleiner maken. Vervolgens zijn er de vrouwen met kleinere hamers, die de kleine rotsblokken nog kleiner maken, tot het keien zijn. Die keien vormen de wegbedding. Daar gaat dan een  pletwals over – de enige machine die ik zie – en vervolgens de pek, die gewoon gesmolten wordt in een olievat op een houtvuur. Hier geen fluo-hesjes; de arbeiders zien zwart van kop tot teen. Het zijn taferelen om nederig van te worden.

Aan de grens met Sikkim hou ik onze jeep een halfuur op. Blijkbaar heb ik een “tourist permit” nodig. Er is iemand die mijn paspoort overschrijft en iemand anders die mijn visumgegevens noteert. Vervolgens moet ik een kopie afgeven… van mijn paspoort en mijn visum. Natuurlijk is er geen kopieermachine. Gelukkig mag ik even illegaal Sikkim binnen om kopies te gaan maken… Ik vind het een nogal omslachtige manier om toeristenbelasting te innen, maar het strafste van al: de hele procedure is gratis. Ik stel geen vragen.

image
De Meir van Gangtok
image
Zicht vanuit de hotelkamer in Gangtok

Gangtok is een tof stadje, zij het opnieuw bijzonder verticaal. Het kleinste uitstapje is een heuse cardio-training maar het is allemaal erg charmant. Sikkim is populair bij Indische toeristen en veel minder bij Westerlingen. Dat is altijd plezant. Het betekent dat er hotels zijn en restaurants, markten en zelfs bars met live muziek, maar geen spoor van de opdringerige types die de blanke reizigers willen uitknijpen als citroenen. Ik kan het me hier wel naar de zin maken.

Tot binnenkort!

W

Van Darjeeling naar Sikkim